| |
De arts verdenkt de plek ervan een melanoom te zijn
De inschatting is gebaseerd op de uiterlijke kenmerken van de plek:
*onregelmatig oppervlak
*onregelmatige kleuren
*a-symmetrie
*grootte
Er zal ook gelet worden op klachten:
*Jeukt de plek (steken)?
*Ulceratie (zweren)
*bloeden
Andere vragen die van belang zijn:
*Is de plek nieuw ontstaan of zat er al een moedervlek?
*Komt melanoom in de familie voor? (verhoogd risico)
*Hoe lang zit de plek er al?
Verder zal de arts het meest nabij gelegen lymfestelsel voelen of de lymfeklieren
zijn opgezet. Dit hoeft niet altijd het geval te zijn.
Als een arts een verdachte plek inschat als zijnde een melanoom, dan zal
hij moeten handelen alsof het een melanoom is. Dat betekent operatief
verwijderen. Elk risico dient te worden vermeden. Het is dus GEEN diagnose!
Deze kan pas worden gesteld na het verwijderen en onderzoeken van de plek
zelf.
Longfoto en lympfepunctie
Artsen gaan stap voor stap de onderzoeken doorlopen richting de verdachte
plek.
Een van de meest voorkomende uitzaaingsgebieden zijn de longen. Een thorax
foto hoort niet bij het routinematig uitgevoerde onderzoek bij patienten
met een melanoom.
Het kan dus zijn
dat dit (terecht) niet wordt uitgevoerd.
Vaak vindt op de zelfde dag de volgende stap plaats:
De lymfepunctie. Met een ragfijn naaldje wordt weefsel op diverse plekken
weggehaald uit de lymfeknoop die zich het dichtst bij de plek bevindt
(lies, oksel of nek). Dit onderzoek is een beetje vervelend, maar doet
niet echt pijn. Het weefsel wordt onderzocht op aanwezigheid van tumorcellen.
Het niet vinden van deze cellen is een indicatie; geen garantie. Er werden
cellen onderzocht uit bepaalde gebieden. Dit zegt niets over de gebieden
waar geen cellen zijn weggehaald.
De uitslag van de longfoto en lymfepunctie duurt ongeveer een week.
Schildwachtklier onderzoek
Dit onderzoek is relatief nieuw en immer nog experimenteel. Het dient
alleen in centra te worden toegepast onder "onderzoeks condities".
Er wordt een patient met een melanoom niets onthouden indien geen schildklierwachter
onderzoek bij hen wordt verricht. Voorlopige conclusies tav dit onderzoek
duiden overigens op het feit dat de overleving van patienten niet verbetert
door deze procedure en het waarschijnlijk alleen iets zegt over de prognose.
Tot een aantal jaren
geleden werden, tijdens het weghalen van de verdachte plek, ook alle lymfeklieren
weggehaald die zich het dichtst bij deze plek bevinden. Het nadeel hiervan
was dat door deze drastische ingreep ook (achteraf) gezonde patienten
met het probleem zaten van slechte vochtafvoer door het ontbrekende lymfestelsel.
Begin jaren '90 ontwikkelde Dr. Donald Morton een techniek om de drainage
(afwatering) van de verdachte plek zichtbaar te kunnen maken.
Voor de operatie wordt een blauwe nucleaire vloeistof ingespoten bij de
plek. Vervolgens gaat de patient een uur lang onder een scanner liggen
en is op een monitor te zien waar de drainage naar toe gaat. De eerste
lymfe klier die bereikt wordt noemt men de schildwachtklier. Aan de hand
van deze gegevens kan worden bepaalt waar er geopereerd wordt. Als bij
de operatie blijkt dat deze klier blauw gekleurd is, is aangetoond dat
de drainage de schildwachtklier heeft bereikt. Deze klier wordt sowieso
weggehaald en onderzocht. Ook bij een niet blauwe verkleuring.
Een 100% garantie van geen uitzaaing bij een "schone" schildwachtklier
is er niet. Het percentage "missers" varieert van 0 tot 40 % van alle
gevallen. Verwacht wordt uiteindelijk in 95% van de gevallen goed te zitten.
Controle van de lymfeklieren of verwijdering blijft dus nodig als de verdachte
plek na onderzoek een melanoom blijkt te zijn.
De uitslag van het schildwachtklier onderzoek komt ongeveer een week na
de operatie.
Zie
ook de plaatjes
Biopsie (Operatief verwijderen)
Na de bovenstaande onderzoeken zal de verdachte plek moeten worden weggehaald.
Praktijk ervaring leert dat het niet ongewoon is een zo ruim mogelijk
gebied weg te halen (5 cm.). Dit om te voorkomen, dat als later blijkt
dat het toch verder dan 1 of 2 centimeter van de plek af is uitgezaaid,
er opnieuw moet worden ingegrepen. Dit zou de kans op nieuwe uitzaaïngen
kunnen vergroten. Dit is ook de reden waarom er in eerste instantie niet
gewoon een stukje weefsel uit de plek wordt genomen om te onderzoeken.
Via de daarbij onstane bloeding kan uitzaaïng ontstaan in het geval
het om een melanoom blijkt te gaan.
Recente studies tonen aan dat deze 5 cm aan de ruime kant is.
Er is een zogenaamde "Breslow marge" waarmee kan worden bepaald
hoeveel gebied rondom de plek wordt weggehaald. Dit stelt zo'n 1 tot 2
centimeter; afhankelijk van de
grootte van de plek.
Bij melanomen aan vingers en tenen zal een marge van 1 tot 2 centimeter
meestal uitmonden in een amputatie.
De diepte van het weg te halen deel is tot in het onderhuids bindweefsel,
waar onder zich de spieren bevinden. Is het bindweefsel erg dun dan wordt
meestal ook de onderliggende spierkapsel verwijderd.(Spieren of spiergroepen
worden omgeven door een kapsel, een fascie.) Als bij een eerste (diagnostische)
operatie deze kapsel is komen bloot te liggen, wordt deze bij een tweede
(vervolg) operatie alsnog verwijderd.
Tijdens deze operatie wordt ook de schildwachtklier verwijderd. Doordat
er hier geen lymfevocht meer kan worden afgevoerd naar de bloedbaan, kan
zich er aanvankelijk een ophopinkje van lymfevocht ontwikkelen (lymfe-oedeem).
Dit voelt als een hard knobbeltje aan.
Bij controles kan de chirurg dit vocht aftappen met een hol naaldje. Ook
dit afgetapte vocht kan onderzocht worden op uitzaaïngen. Na enige
tijd zal het bobbeltje verdwijnen als het lichaam zich op de nieuwe situatie
heeft aangepast.
De uitslag van het onderzoek van de verdachte plek en de schildwachtklier
is meestal na een week.
Als de diagnose melanoom al door bovenstaande onderzoeken is komen vast
te staan kunnen er bij uitzaaïngen meerdere operaties volgen. Dit
is afhankelijk van de plaats waar de uitzaaïng zich bevindt. Zo kan
er ook worden gekozen voor chemo therapie.
Bij het weghalen van alle lymfeklieren in de lies of oksel is het niet
ongewoon dat er een "drain" achterblijft. De wond is dan nog
voor een deel open waardoor het lymfe vocht kan worden afgevoerd. Dit
kan immers niet meer via de lymfeklieren terug in het bloed worden geleid.
Hechtingen van wonden kunnen tegenwoordig heel netjes worden afgewerkt
door de wond in de huid zelf te hechten, waarbij na verloop van tijd de
hechtings draden in het lichaam oplossen. Een "spoorrail" is
dus niet altijd nodig. Het litteken zal zich later iets verbreden en steeds
lichter van kleur worden. Vraag uw chirurg wat de mogelijkheden zijn!
Het is tenslotte uw lichaam!
Behandeling met Interferon
Tegenwoordig worden patienten met de diagnose melanoom behandeld met
Interferon Alfa 2b. Dit is een (in een laboratorium) nagemaakt eiwit welke
van nature in het menselijke lichaam een rol speelt in de afweer tegen
ziekte en infectie.
Dat er, al dan niet, een uitzaaing is geconstateerd, doet hier niet ter
zake omdat een uitzaaing vaak niet is op te sporen in het lichaam. Ook
is dan biopsie (verwijdering) niet mogelijk zolang het niet bekend is
of en waar een uitzaaing is. De producent van Interferon alfa 2b (Schering-Plough),
welke onder de merk naam Intron A interferon verkoopt zegt op haar site
huidkanker.net
:
"dat een behandeling
van één jaar met een hoge dosis interferon alfa 2b, de kans dat de ziekte
terugkomt verkleint. Bij ongeveer 40% van de patienten is de ziekte na
7 jaar niet teruggekomen, hetgeen genezing suggereert."
Er zijn echter ook minder
rooskleurige berichten over interferon op internet te vinden.
Feit is dat er dat er onderzoek
wordt gedaan naar de werking en ontwikkeling van interferon. Dit staat
nog in een experimenteel stadium waarbij (om inzage te krijgen over het
effect) er groepen patienten door een soort loterij worden opgesplitst
in een groep die het middel wel krijgt en een groep die het middel niet
krijgt...
Interferon wordt aanvankelijk middels een infuus ingebracht en later zal
de patient voor langere tijd zichzelf moeten injecteren. Hier is een speciale
pen voor ontwikkeld die het injecteren vergemakkelijkt.
De periode waarin interferon wordt toegediend beslaat maanden. De bijwerkingen
zijn griepachtig in het begin maar schijnen na enkele weken te verminderen.
De bijwerkingen zijn minder erg als bij chemotherapie.
Vaccin
Bij stadium IV melanoom (zie
Breslow index) wordt er getest met vaccinaties
van melanoomcellen die zich niet meer kunnen vermenigvuldigen
en behandeling
met andere soorten interleukines. Een echte standaardbehandeling is er
niet. Deze behandelingen zijn er op gericht klachten te verminderen en
het ziekte proces te remmen. Heel duidelijk gezegt: genezing is hier niet
meer waarschijnlijk. Het gaat om het verlengen van het leven en het verhogen
van de kwaliteit van het leven.
De combinatie van chemotherapie en immunotherapie lijkt op dit moment
het meest veelbelovend.
Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling met medicijnen. Iedereen kent wel de
verhalen over de vervelende bijwerkingen hiervan. De bekendste is wel
het uitvallen van het haar.
Omdat de medicijnen zowel de snelgroeiende kankercellen doden als gezonde
snelgroeiende cellen, kan bij gebruik van sommige medicijnen haaruitval
ontstaan.
Melanoom gebruikt een soort
truukje om zich te verweren tegen chemotherapie.
Normale lichaamscellen hebben een soort ingebouwde tijdbom die ervoor
zorgt dat de cel na verloop van tijd doodgaat en kan vervangen worden
door nieuwe, jonge cellen. Dit mechanisme heet apoptosis. Bij veel kankercellen
is aangetoond dat zij geen dergelijk mechanisme hebben omdat het p53 gen
dat die apoptosis op gang brengt bij kankercellen defect is, zodat ze
dus eindeloos kunnen doorgaan met zich te vermenigvuldigen. Heel wat kankergeneesmiddelen
proberen precies dat mechanisme op gang te brengen zodat de kankercellen
zichzelf vernietigen. Bij melanoom werkt dit echter niet omdat, zo blijkt
uit een studie in het wetenschappelijk vakblad Nature, niet het p53 gen
abnormaal is maar een ander gen, het Apaf-1 gen, waarop die geneesmiddelen
geen effect hebben. Bij ongeveer de helft van de melanoompatiënten werd
dit defecte gen aangetroffen. Volgens de onderzoekers zou dit kunnen verklaren
waarop chemotherapie bij veel melanoompatiënten niet werkt en waarom deze
kanker kan uitzaaien. Het onderzoek zou op termijn moeten leiden tot een
nieuwe behandeling van melanoom waarbij het Apaf-1 gen wel wordt geactiveerd.
Radiotherapie
(Bestraling)
Bestraling is een PLAATSELIJKE
behandeling, die dus enkel effektief kan zijn of zal zijn op de bestraalde
plaats, en niet ergens anders. Dit in tegenstelling tot de chemotherapie.
In theorie kan een melanoom overal metastasen geven (klieren, in de buikholte,
lever, long, hersenen, bot ...). Soms komen deze metasasen "alleen"
(dat wil zeggen dat men er maar één of enkele ziet in dezelfde streek
en dat men hoopt dat er elders geen zijn), maar meestal komt zo’n metastase
NIET alleen, en is het verschijnen ervan een teken dat er elders ook nog
zijn; al dan niet nu al zichtbaar op een scanner.
Als er een welbepaalde metastase is, duidelijk geïdentificeerd, die LAST
geeft of binnenkort dreigt te geven, kan deze bestraald worden.
Controle
In Nederland
bestaat er een consensus rond het melanoom, hierin staan afspraken rond
de behandeling van het melanoom.
Het is de bedoeling dat iedereen zich aan de daarin opgestelde richtlijnen
houdt.
Voor de controles wordt het volgende schema gebruikt:
| 1e
jaar |
1
x per 3 maanden |
| 2e
jaar |
1
x per 4 maanden |
| 3e
- 5e jaar |
1
x per 6 maanden |
| 6e
- 10e jaar |
1
x per jaar |
Afhankelijk van
de dikte van het melanoom valt dit schema aan te passen.
|